De groene geit

“Auw! Auw!”

Twee korte kreten van pijn volgen elkaar in ijl tempo op.

Mijn passagier kan het duidelijk niet appreciëren dat ik gedreven word door een vorm van kinderlijk enthousiasme bij het het zien van een groene geit. Vervoering (letterlijk en figuurlijk) die zich vertaalt in een niet al te fijne handeling van mijnentwege: ik pits mijn co-piloot 2 keer.

Ik mijmer en denk terug aan mijn lagere schooltijd, begin jaren ’80, toen je wie dan ook bij je in de auto continu op de zenuwen kon werken omdat er heel wat van die karretjes rond reden.

Met de jaren heb ik die traditie in ere gehouden en zelden gebeurt het dat ik gepitst word. Simpelweg omdat het gezelschap waarin ik doorgaans vertoef niet opgegroeid lijkt met deze geplogenheid.

Maar waar komt deze deugenieterij vandaan? En zijn wij (al spreek ik beter voor mezelf) de enige die nog lol hebben in deze vorm van flauwe humor?

We bereiken onze bestemming en ik zet mijn gewonde passagier af aan Albert Heijn. Terwijl ik rechtsomkeer maak hoor ik haar roepen “Zorg dat ik hier niet in de kou sta en maak dat ge rap terug zijt”. 

Ik wijt de boze toon aan mijn onverwachte vijandige handeling van daarvoor en voel me gewaarschuwd.

Terug aangekomen in de De Nefstraat maak ik wat foto’s van de oude Deux Chevaux Vapeur, een zeldzaam, netjes geparkeerd fenomeen tussen een hoop kleurloos hedendaags blik op wielen. Ik inspireer blijkbaar wandelaars die me passeren, want al snel staat plotsklaps een dame achter mijn rug die de tijd neemt om ook een foto te maken van de oldtimer. “Omdat het mijn broer zijn eerste wagen was”, vertrouwt ze me toe. Jaja…

Mijn kennis van gemotoriseerde voertuigen is beperkt. Heel beperkt. Al even beperkt als de houdbaarheidsdatum van sommige producten in de winkelrekken, maar oh, wat oogt het wagentje schattig. Gele koplampen! Pied-de-poule textiel als zetelbekleding!

Toch is het even slikken wanneer ik een dier op de achterbank opmerk. Een panda. Ik leg de link wanneer ik ‘Bamboo’ opmerk op de deuren. Nu goed, pluche of niet, ik vind het to-taal onverantwoord. Dieren laat je niet achter in je automobiel.

Glimlachend besluit ik het in de ijzige koude voor bekeken te houden. Er wacht immers iemand met een volle winkelkar op mij aan de supermarkt.

 “Ik heb geitenkaassalade bij voor je”, zegt ze.

Alles lijkt vergeven en vergeten.

Ik kijk en haal opgelucht adem: gelukkig geen groene.

Alsof het gisteren was… Ik schreef deze tekst in januari 2018, vergat daarna dat ik hem geschreven had en herontdekte het verhaal van de groene geit een paar dagen geleden. Het autootje heb ik in jaren niet meer gezien. Weg-weg? Of prut in mijn ogen? Tijd om mijn blik op scherp te zetten!

2 gedachten over “De groene geit

Voeg uw reactie toe

  1. Wat vind je van een groene geit vroeg ik mijn vrouw. ’’Groene geit? Wat is er mis met kikker?’’ ’’Kikker, wat bedoel je met kikker?’’ vroeg ik verbaasd. ’’Wel, groen –> kikker, rood –> hamer’’ was het antwoord. Ik bedoel het 2pk-tje probeerde ik te verduidelijken. ’’Laat die paarden maar in de groene wei van die geit’’ antwoordde ze ietwat geïriteerd. En toen was ze me kwijt. Vrouwenlogica, ik zal het nooit begrijpen … Patrick D

Plaats een reactie

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑