Tagarchief: identiteit

Bij jou wil ik niet bij een ander zijn

De oude, eeuwigdurende kalender op het eerder kleine eiken bureau in onze living leidt me om de tuin. Hij zegt me niet welke dag we vandaag zijn. Dat is mijn eigen schuld. Nog nagenietend klamp ik me vast aan het gelukzalige gevoel van onze huwelijksdag. Bijna was ik vergeten dat intense blijdschap ook voor mij weggelegd is in dit leven. De emotie die me tijdens ons huwelijk overviel, maakt dat ik niet wil dat de tijd gestaag voortschrijdt, zich een weg banend naar de onzekere toekomst die ons opwacht. Die gaat gepaard met meer spanning dan goed voor ons is.

Al een week lang krijg ik het dus maar niet voor mekaar om het chroom van de sierlijke bureaukalender met mijn vingertoppen vast te nemen en de metalen plaatjes met daarop vet gedrukte cijfers in een vlotte beweging om te klappen. Ik blokkeer. Voor mij staat de tijd stil op 23 februari, de dag dat ik zachtjes ja zei tegen de enige persoon die écht telt in mijn leven.

Zo was elke dag van de voorbije week dus mardi. En ook vandaag, wat helemaal klopt, want wanneer ik dit schrijf zijn we dinsdag 2 maart. 2/3 dus. Is het de door mijn ziekte uit de hand gelopen fascinatie voor getallen die me met mijn neus op de cijfercombinatie van de kalender drukt? Enkel de slash ontbreekt. Die denk ik er wel bij.

We zijn exact één week na het moment dat we onze trouwringen om elkaars vingers schoven. We kozen anders dan anderen. De sieraden zijn niet alledaags. Ze zijn zoveel meer. Door het gematteerd wit goud sluiten ze naadloos aan bij onze identiteit. Ze springen niet in het oog en zijn mooi in al hun eenvoud. Ze zijn gracieus door de fijne lijnen in het wit goud. Ze zijn exceptioneel, net als onze liefde voor elkaar. Ze zijn een metafoor voor ons leven. Hoe we diep vanbinnen onafgebroken schitteren voor elkaar. Net zoals je pas ziet wie de andere écht is wanneer je de tijd neemt en elkaar onvoorwaardelijk liefhebt, zaaien de ringen verwarring. Schoonheid door het anders zijn.

Ik ken je als geen ander. Ik weet dat je het niet erg vond dat mijn ziekte het onmogelijk maakte de ringen mee naar het stadhuis te nemen in het prachtig doosje van de Antwerpse goudsmid. Want daar mag onder geen enkele voorwaarde iets mee gebeuren. Het materiaal is niet afwasbaar, meenemen was uitgesloten. De zoektocht naar een alternatief was tragikomisch. Zo ebde de pijn van de last die mijn OCD veroorzaakt snel weg wanneer een oplossing zich onverwacht aanbood. Want daar lag het, achteloos naast het juwelenkistje van je overleden moeder: een kleurrijk Hansaplast doosje uit een ver verleden, in een vorig leven gevuld met 10 stukken van 2 cm bij 6 cm antiseptisch elastoplast snelverband. Samen ooit voor wellicht 10 cent op één of andere rommelmarkt gekocht. In plaats van een hartvormig doosje waar zovelen mee dwepen kozen jij en ik een blikken afdankertje uit iemands thuisapotheek. Zonder fluwelen ringkussen. Neem wat ronde Demak’Up wattenschijfjes, zei je. Persoonlijk vond ik dat elke breuk op een huwelijksdag moest afgewend worden. Ook een stijlbreuk. Dus dacht ik medisch en stak ik onze trouwringen in het doosje op een bedje van Hartmann Medicomp kompressen.

Wachtend op het moment waarop ik het gekke doosje al grappend boven zou halen in het gezelschap van tweede schepen Jan Van Otten en onze getuigen, stak het in de rechterzak van mijn zwarte blazer. Stilzwijgend en verrukt dat ik je net tot mijn wettige echtgenote had genomen schoven we wat later de juwelen om elkaars linker ringvinger, met de vena amoris als kortste weg voor onze hartstochtelijke liefde voor elkaar, eeuwige trouw en bijstand naar elkaars hart.

Ergens tijdens de huwelijksplechtigheid greep je mijn hand en voelde ik hoe jij mij nodig hebt, net zoals ik jou nodig heb. Zoals ik niet zonder je kan. Eenzaamheid en gemis wanneer je niet bij me bent kunnen slechts door jou gestild worden.

Alleen zijn is niet mijn sterkste kant. Alleen zijn met jou net wel.
Daar waar anderen zich verslikken in samenzijn, is dat net waar jij en ik zo in uitblinken. Het is het enige waar ik voor leef. Het is wat ik koester. Elk moment met jou. Stilzwijgend. Begripvol. Uitgelaten. Kibbelend. Omringd door je onzekerheid. Je stress. Je vurigheid. Je zorgzaamheid. Temidden van uitersten: gulle, niet te stoppen lachbuien en vlijmscherpe woorden die je woede vertalen.

Bij jou wil ik niet bij een ander zijn.
Weg van jou wil ik niet bij een ander zijn.

Dat is onze liefde.